Vanaf het moment dat je ogen opengaan kun je beginnen met dromen over vliegen, vanaf 16de mag je beginnen met lessen en vanaf 18 jaar mag je met brevet zelfstandig de lucht in. Een keer proberen? Dat kan! Om te kijken of de sport iets voor je is kan je bij verschillende vliegscholen een keer uitproberen.
Er zijn twee hoofdgroepen paramotors:
1. De "voetstarters" (gemotoriseerd schermvliegtuig)
2. De "trikestarters" (paramotortrike)
De wet maakt sinds 1 januari 2024 onderscheid tussen beide varianten, maar praktisch gezien worden vallen ze onder de noemer "paramotor". Deze naam wordt ook algemeen gebruikt als men het over deze luchtsport heeft.
Voetstarter (gemotoriseerd schermvliegtuig)
Op onderstaande foto is goed te zien dat de paramotorvlieger de motor als een rugzak op de rug draagt.
De benen van de vlieger zijn letterlijk het landingsgestel. Aan het frame waar de motor aan vast zit maakt de vlieger een harnas vast. Tijdens de vlucht wordt dit harnas tevens als zitje gebruikt.
Het brandstof verbruikt is ongeveer 2 1/2 - 4 liter per uur. Met een standaard brandstoftank van 10-11 liter kan er dus lang gevlogen worden. De gemiddelde snelheid is 36km/u. Er zijn ook schermen, waarmee snelheden tot boven de 50km/u gehaald kunnen worden.
De ontwikkeling heeft de een enorme vlucht genomen.Het lastige van paramotorvliegen is, dat je bij de start het scherm netjes boven je moet zien te krijgen en houden. Dit maakt de luchtsport overigens mede zo veilig. Je moet immers een goede schermbeheersing hebben voordat je de lucht in kunt komen.De aanloop is afhankelijk van de wind enkele meters tot ongeveer 15-20 meter. Voor de landing, wederom afhankelijk van de wind, heb je slechts maximaal een paar meter nodig.
Het weer is vaak de spelbreker in Nederland. Door het grillige weer kan er per definitie niet heel vaak gevlogen worden. Het beste vliegweer is vergelijkbaar met dat van ballonvaarweer. Er wordt overigens ook, zoals op de foto te zien is, in de winter gevlogen.
Al het materiaal is te vervoeren in een kleine midden klasse auto.
De vliegregels zijn vrijwel identiek aan de regels, die gelden voor MLA's (Micro Light Aircraft) en andere luchtvaartuigen uit de kleine luchtvaart. Ze zijn toegespitst op paramotorvliegen.
De basis vliegregels zijn, dat men minimaal op 150m hoogte moet vliegen en boven aaneengesloten bebouwing is dit minimaal 300m. Belangrijk is, dat men te allen tijde een veilige landing moet kunnen maken als de motor uitvalt. Bij een paramotor is het uitvallen van de motor geen enkel probleem. Nog sterker, tijdens de opleiding worden vrijwel alle landingen met de motor uit gemaakt. Een motorstoring zal dus slechts leiden tot een normale, maar ongeplande buitenlanding. In voorkomend geval wordt er in de media al gauw gesproken van een noodlanding, maar dit is bij paramotorvliegen zeer zeker niet het geval. Dit is wettelijk ook zo geborgd.
Paramotortrike (variant met wielen)
Paramotortrikes zijn vergelijkbaar met de voetstarters. Vliegtechnisch is er al helemaal geen verschil. Er wordt ook al bijna net zo lang met paramotortrikes gevlogen als met de voetgestarte variant. De wijze van inschrijven in het luchtvaartuigregister en het verkrijgen van een bewijs van luchtwaardigheid zijn ook identiek. In de Europese wetgeving is er ook geen verschil in deze twee varianten. Nederland heeft er per 1 januari 2024 voor gekozen om van de paramotortrike een apart type luchtvaartuig te maken.Starten en landen gaat met de paramotortrike uiteraard rollend. Er zijn één- en tweepersoons paramotortrikes. Het is dus mogelijk een passagier mee te nemen. Hiervoor dient wel een aparte aantekening in het vliegbewijs behaald te worden.
Het vliegen met een paramotortrike is in principe niet moeilijker of makkelijker dan met een voetstarter. Het is een persoonlijke keuze. In zijn algemeenheid kun je wel stellen dat voetstarten meer eisen stelt aan de fysieke staat van de vlieger.
Er was lange tijd veel onduidelijk over de status van de paramotortrike. Dit kwam voornamelijk doordat de definitie van gemotoriseerd schermvliegtuig, de voetstarter, uitgaat van "starten en landen met de benen van de bestuurder". Dat sloot het gebruik van wieltjes uit. Helaas zorgde deze situatie voor veel onduidelijkheid en daardoor werd de paramotortrike soms als een MLA gecategoriseerd. Dat kon het niet zijn en was het ook niet. Gelukkig is de situatie per 1 januari 2024 opgelost. De keuze om er een apart luchtvaartuig van te maken was eigenlijk niet nodig.
Opstijgen, vliegen en landen
Paramotors maken gebruik van, eenvoudig gezegd, een weide bij de boer in het buitengebied. Vanwege diverse redenen worden paramotors geweerd van reguliere luchthavens. Zeer incidenteel wordt er wel eens gebruik gemaakt van deze velden, maar structureel gebruik wordt niet toegestaan. Vandaar dat gebruik gemaakt wordt van een weiland bij de boer in het buitengebied. De voetstarters vallen onder een vrijstellingsregeling voor het opstijgen. Dat betreft een vrijstelling onder voorwaarden.
Het terrein vanwaar opgestegen wordt dient te voldoen aan speciale eisen. Deze eisen zorgen ervoor dat er veilig opgestegen en geland kan worden. Niet alleen voor de vlieger, maar ook voor de omgeving.
Zoals hierboven al beschreven is de minimum vlieghoogte 150 m en boven aaneengesloten bebouwing is deze 300 m.
Juist door de langzame snelheid en het onbeperkte uitzicht is het vliegen een geweldige ervaring. Dichter bij vliegen als een vogel kom je haast niet.
Als je terugkomt bij je veld dan maak je, al dan niet met de motor uit, een glijvlucht voor de landing. Je hebt hiervoor heel weinig ruimte nodig.
Video
Hieronder kunt u een korte video bekijken van een start, vlucht en landing met een paramotor. De details van de paramotor worden ook goed zichtbaar.