Beginnen met zweefvliegen, dan mag je als leerling voor in de tweezitter plaatsnemen en achter je zit een gediplomeerde instructeur. Je bent 14, of bijna 14. Toch wel jong hè.

Het zweefvliegtuig is uitgerust met dubbele besturing, alles wat jij voorin hebt aan stuurorganen en metertjes heeft de instructeur achterin ook. Vanaf de eerste vlucht ben je aan het leren.

Je krijgt een boekje met de grondbeginselen van de theorie en de instructeur legt het ook zelf uit: in de lucht maar ook op de grond. Vaak geïllustreerd met tekeningen in het zand, of armgebaren.

Zo leer je rechtuit vliegen, nette bochten vliegen, starten en landen. Dat laatste is ongeveer het moeilijkste om te leren. Verder maak je - als het zo uitkomt - regelmatig thermiekvluchten. Afhankelijk van het weer, is er regelmatig de mogelijkheid om in een thermiekbel ( eigenlijk een thermiekslurf) hoogte te winnen. Daarmee ervaring opdoen is ook een belangrijk onderdeel van het leerproces. Dat maakt zweefvliegen immers pas echt leuk! Het optimaal benutten van thermiek is een vak apart en in je eerste opleiding kan je alvast merken dat je soms gierend omhoog gaat en dat je er vaak ook naast zit; je instructeur helpt je om hoogte te winnen zodat je ook weer andere oefeningen kunt doen.

Solo!

Na een aantal starts (als het meezit 50-80, maar als je wat ouder bent of als je minder vaak kunt komen wat meer) overleggen de instructeurs met elkaar wat ze vinden van je vorderingen. Je vliegt nog eens met een andere instructeur, je doet nog eens een oefening Kabelbreuk.. en dan mag je zomaar een keer solo! Daarvoor moet je wel echt 14 zijn, en een medische keuring met succes hebben doorstaan (kan je beter aan het begin van je zweefvliegloopbaan doen..)

Een heel bijzonder moment. Ineens zit er geen instructeur achter je maar mag je het helemaal zelf regelen. Spannend, maar gelukkig ben je goed getraind en weet je wat je moet doen. Starten, netjes ontkoppelen, een paar bochten vliegen en dan nog een beheerste landing! En de hele club loopt uit om je te feliciteren, soms gaat dat gepaard met bijzondere rituelen. Want je eerste solo is een moment om nooit te vergeten. In veel clubs krijg je bij die gelegenheid een veldboeket: soms een bosje hei met graspluimen. Vaak hangt dat boeket 20 jaar later nog in huis.....

Zweefvliegbrevet – je moet wel 16 zijn

Als je eenmaal solo bent is het tijd om aan je theorie opleiding te beginnen. Na het eerste theorieboekje, zijn er syllabi om in verschillende aspecten van de theorie thuis te raken. Waarom vliegt een vliegtuig: aerodynamica. Hoe zit dat met het weer, en wat is thermiek? Maar ook: hoe zit het luchtruim in elkaar en wat zijn de regels, hoe kun je navigeren, en wat is er te weten over de mensgebonden factoren die het vliegen beïnvloeden? Je fitheid, heb je last van stress, de invloed van medicijngebruik - en wat niet in de theorie staat maar waarin je wel wordt opgeleid: voel je je ook verantwoordelijk voor je clubgenoten en mag je elkaar erop aanspreken? Datzelfde geldt bij het omgaan met de 'fitheid 'van je vliegtuig. Voorafgaand aan je vlucht check je de technische staat. En hoe graag je ook wilt vliegen: soms moet je tot de conclusie komen dat je vliegtuig niet luchtwaardig is. Dit zijn zaken die in de club worden geregeld en gedeeld. Je ontwikkelt een standaard die je 'vliegerschap' mag noemen.

Verder oefen je in de praktijk: beter leren vliegen, omgaan met onbekende omstandigheden, landen met zijwind, scherp op een doel leren landen, een eerste ervaring met 'overland' ( buiten bereik van je veld gaan) .

Dan ben je, na minimaal twee seizoenen, toe aan je praktijkexamen voor het LAPL-S, zoals dat tegenwoordig heet. Examenvluchten, nog wat checks of je de theorie kunt toepassen - en dan heb je je brevet! Nu mag je in heel Europa zelfstandig een zweefvliegtuig besturen . Eh... je moet wel 16 zijn!

Na het brevet begint het pas…

Als je je zweefvliegbewijs, je LAPL-S hebt, mag je alles. Maar het is nog best wel een stap... Stel je bent gestart op Terlet , lekker gethermiekt en je zit op 1200 meter. Dan kan je naar Apeldoorn vliegen en weer terug en dan kan je weer op Terlet landen. Maar als je nou bij Apeldoorn besluit niet terug te gaan omdat je erop vertrouwt dat er daar in de buurt ook wel weer thermiek te vinden is - dan ga je 'overland' en neemt dus het risico dat je niet terugkomt op je veld. Misschien ga je dat eerst maar eens uitproberen. Er bestaat een training voor om dat verantwoord te doen: het SION programma. Je oefent dan 'droog' , met alle theorie, je maakt een plan voor een overlandvlucht, en vervolgens ga je met een coach op pad om het ook echt te gaan doen. Zo kom je een drempel over en ga je de ruimte ervaren die voor je open ligt. Veel zweefvliegers maken tochten van honderden kilometers en maken die zichtbaar op de OnLineContest: Op mooie dagen tref je daar veel verslagen van vluchten van vele honderden kilometers

Prestaties

Een volgende stap is dat je niet zomaar gebruik maakt van de mogelijkheden van de dag, maar voor jezelf een opdracht uitzet, en die ook gaat uitvoeren. Elke club heeft een of meer sportcommissarissen die je daarin kunnen begeleiden. Het opstellen van een geschikte opdracht en dan de wijze waarop je kunt laten zien dat je die opdracht ook hebt uitgevoerd. Daarvoor zijn er technische instrumenten die in de meeste zweefvliegtuigen wel beschikbaar zijn. Oudere methodes zijn de barograaf en het maken van foto's bij keerpunten. Een recente prestatie is die van twee mannen, Sander en Roelof, die elk met een eenvoudig (clubklasse) zweefvliegtuig een vooraf geplande driehoek van 750 kilometer aflegden. ..

Dit was wel een heel bijzondere prestatie, maar er zijn meer FAI erkende prestaties, te beginnen met de eisen voor een c-brevet: 50 km overland, 5 uur in de lucht en 1000 meter hoogtewinst.

En zo verder. Lees hiervoor het overzicht, dat op de brief is meegezonden. Het bijbehorende speldje komt in een fluwelen verpakking bij het certificaat.

Wedstrijden

Als je wat ervaring hebt opgedaan met overlandvliegen, kan je ook gaan deelnemen aan wedstrijden.

Een wedstrijd houdt in principe in dat niet jijzelf maar de wedstrijdleiding een opdracht uitzet. Alle vliegers in jouw klasse ( je hebt gewone en supervliegtuigen..) moeten die opdracht rondvliegen en wie dat in de kortste tijd heeft gedaan heeft gewonnen. In meerdaagse wedstrijden wordt elke dag een opdracht uitgeschreven en kan je per dag punten scoren. Wie aan het eind van de meerdaagse wedstrijd de meeste punten heeft wint. Dan begint de strategie en de tactiek ook een rol te spelen, en bij internationale wedstrijden zijn er steeds meer mogelijkheden om elkaar als 'Team-NL' te ondersteunen.

Ook ervaren wedstrijdvliegers blijven altijd leren..

De beginnende wedstrijdvlieger kan meedoen aan de Nationale Juniorenwedstrijd, en daar wordt zowel vooraf als tijdens de wedstrijd gecoacht door ervaren wedstrijdvliegers. Zweefvliegers die zijn geselecteerd voor de kernploegen hebben regelmatig studiebijeenkomsten, en ze zijn tot en met tijdens de wedstrijden bezig met het verzamelen van nieuwe informatie over techniek, materiaal, en fysieke en mentale voorbereiding.

De afgelopen jaren hebben Nederlandse zweefvliegers gescoord: Tim Kuijpers werd Europees kampioen clubklasse 2017, Sjoerd van Empelen Wereldkampioen Junioren 2017 standaardklasse en Sjaak Selen Wereldkampioen standaardklasse 2018.

Er is méér dan (zo hard mogelijk) zweefvliegen....

De meeste verenigingen willen het vliegen zo goedkoop mogelijk houden. Alle voorkomende werkzaamheden worden door de leden zelf vrijwillig uitgevoerd. Je leert lieren, werkt - vooral buiten het seizoen - aan het onderhoud van de vliegtuigen, de gebouwen en het andere materieel, er komt ICT bij te pas; iedereen kan wel wát en je krijgt de kans veel te leren.

Zweefvliegtechnicus worden

Om als vereniging het onderhoud van de vliegtuigen verantwoord te kunnen en mogen doen, moeten er erkende technici zijn. Hiervoor kan je een opleiding volgen; de link vind je ook hieronder. Je leert de fijne kneepjes en je zult de onderhoudswerkzaamheden van je clubgenoten gaan coördineren en zorgen dat het alles volgens de regels wordt geadministreerd.

Instructeur

Als je voldoende vliegervaring hebt kan je een opleiding gaan volgen voor instructeur. Veel vliegers vinden het leuk om anderen te leren vliegen. In de meeste clubs is er behoefte aan een aantal instructeurs die met elkaar de taken kunnen verdelen. Een van de instructeurs krijgt de functie van Head of Training (de titel van de Chef Instructeur in de nieuwe EASA structuur) en anderen kunnen een sleutelrol spelen bij de bevordering van de veiligheid binnen het vliegbedrijf. Alles vrijwilligerswerk natuurlijk..

Kunstzweefvliegen

Het toppunt van beheersing van je vliegtuig... Je bekwaamt je in het vliegen van figuren: steile bochten, op zijn kop... ook hierin zijn wedstrijden. De Afdeling Zweefvliegen is bezig een trainingsprogramma op te zetten met als doel een deelname aan het WK Kunstzweefvliegen in 2021. Kijk hier voor een demo die gehouden werd tijdens de Wings of Freedom Airshow in 2015. Hier vind je meer informatie en contactgegevens

Links: