28 april 2025
Samenvatting:
Hoe bereik je de hoogst mogelijke reissnelheid? In andere woorden: met welke snelheid moet je oversteken naar de volgende bel met T m/s stijgen om daarin zo snel mogelijk weer de wolkenbasis te bereiken? Stel je voor dat er in die bel genummerde ballonnetjes omhoog meegevoerd worden. Als je het hoogste ballonnetje weet te bereiken, ben je het snelst. Denk je vervolgens in dat die bel stil staat en dat de lucht onderweg daalt met T m/s. Dan begrijp je dat je het hoogste ballonnetje bereikt met de beste glijhoek in T dalen. N.B. Alles aangenomen dat je altijd de volgende bel weet te bereiken zonder gevaar van een buitenlanding.
Rondom het oude type variometer bevindt zich een ronde schaal met bij elk ‘dalen’ de snelheid voor de beste glijhoek. Let op: de aangewezen daalsnelheid is de som van lucht- en polaire dalen. Het simuleren van T dalen bereiken we door de ring T omhoog te draaien. Vandaar de naam MacCready ring.
Bepalend is de stijgwaarde bij het binnen vliegen van de volgende bel. Of die daarna meer of minder wordt, maakt verder niet meer uit. Ook het goede stijgen in de bel die je zojuist hebt verlaten, doet er niet toe. Zelfs de windsnelheid speelt geen rol, immers de maximale reissnelheid in de lucht is dat tevens over de grond.
Mijn ervaring met wedstrijdvliegen is al een tijd voorbij. Het begon als student met veel belangstelling voor de wiskundige kant. Paul MacCready maakte een ring om zijn variometer met daarop snelheden voor de beste glijhoek in daalwind (de M-tabel) en werd hiermee kampioen op de WK 1956. Tegenwoordig is die ring in onbruik geraakt en stellen we de z.g. ‘MacCready waarde’ M in op de vluchtcomputer, zie samenvatting.
Om het wedstrijdvliegen te kunnen betalen bouwde ik destijds een serie rekenschuiven en draaibare schijven voor hulp bij de final glide naar je doel. En tenslotte bouwde ik tweemaal een eigen analoge vluchtcomputer, de EB1 en de EB2. In 1978 belde de Rijksluchtvaartdienst mij op met de vraag naar de fabrikant van de EB2 op de inventarislijst van mijn eerste vliegtuig, de Mosquito PH-643. Op mijn antwoord “Eigen Bouw nr.2” bleef het heel lang stil aan de lijn!
Er bleven puzzels over: optimale final glide in mee/tegenwind, omweg via een sterkere stijgen, optimaal ronden van een keerpunt bij mee/tegenwind, de optimale oversteekhoek tussen wolkenstraten die niet op koers liggen en ook overlandvliegen in de golf, waarbij je stijgt boven een vast punt boven de grond. In Thermiek #5 uit 1983 vind je een artikel over het optimaal ronden van een tegenwinds keerpunt. Maar met enige schaamte moet ik nu 42 jaar later bekennen dat ik fout zat met de wiskunde en de tekening. Afgelopen winter kwam ik tot nieuwe inzichten zonder gebruik te maken van wiskunde.