9 juli 2026

Overgangsproblemen bij ILT leiden tot dwangsom

Rechtbank Overijssel geeft burger gelijk in zaak over niet-tijdig beslissen op bezwaar Part-66 AML

Images 3

De Rechtbank Overijssel heeft op 7 juli 2026 uitspraak gedaan in een beroep wegens niet-tijdig beslissen op een bezwaarschrift (zaaknummer: ZWO 26/1509). De zaak betrof een aanvrager (een technicus uit Nijverdal) die in oktober 2025 bezwaar had gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een eerste afgifte van een Part-66 Aircraft Maintenance License (AML). De Minister van Infrastructuur en Waterstaat (verweerder) heeft de wettelijke beslistermijn ruimschoots overschreden, mede als gevolg van de overgang van taken van Kiwa Register B.V. naar de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, legde een dwangsom op en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk en gegrond was, nu verweerder niet binnen twee weken na de ingebrekestelling van 21 april 2026 een besluit op bezwaar had genomen en dit ook op de zittingsdatum nog niet had gedaan.

De ILT voerde aan dat de vertraging het gevolg was van een forse achterstand bij de ILT, ontstaan na de overname van de mandaattaak van Kiwa per juni 2025. Vanwege beperkte capaciteit en herziene processen had verweerder een prioritering aangebracht: eerst verlengingen (groep 1), dan uitbreidingen (groep 2), en als laatste complexe aanvragen zoals die van eiser (groep 3). Volgens verweerder woog het belang van eiser niet zwaarder dan dat van eerdere bezwaarmakers.

De rechtbank erkende de problematiek, maar oordeelde dat dit geen rechtvaardiging vormt voor het overschrijden van de wettelijke termijn. De wet biedt geen ruimte om op basis van interne prioritering af te wijken van de beslistermijn, tenzij sprake is van een bijzonder geval dat een andere termijn rechtvaardigt. Verweerder had niet aannemelijk gemaakt dat een snellere beslissing onmogelijk was zonder afbreuk te doen aan rechten van derden. De rechtbank zag geen aanleiding om af te wijken van de wettelijke termijn van twee weken voor het alsnog nemen van een besluit.

Terug naar boven
Luchtsporten Nieuws Over KNVvL Kenniscentrum Contact
KNVvL