In week 15 van 2024 vindt de multidisciplinaire Air Assaultoefening “Joint Falcon” van het Defensie Helikopter Commando (DHC) plaats.

Tijdens deze oefening, waarbij vliegende eenheden en grondeenheden betrokken zijn, staat de integratie en samenwerking van deze eenheden centraal. Er wordt gebruik gemaakt van zowel straalvliegtuigen, helikopters als Remotely Piloted Aircraft Systems (RPAS) tijdens deze oefening. Ter bescherming van deze bijzondere activiteiten in de lucht zijn de tijdelijke gebieden met beperkingen (TGB’s) Twente A, Twente B en Enter ingesteld gedurende dagen en tijdstippen zoals opgenomen in dit besluit. Bij de uitvoering van de oefening worden de grenzen van de TGB’s niet overschreden.

Ten aanzien van artikel 3, eerste lid en artikel 4, eerste lid, van de beschikking wordt opgemerkt dat om de oefening mogelijk te maken, aan de aan de oefening deelnemende gezagvoerders van het DHC binnen de TGB’s voor VFR-vluchten gedurende de daglichtperiode ontheffing wordt verleend van de vigerende minimum VFR-vlieghoogte. Gelijk aan de vrijstelling, vervat in artikel 7 van de Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters (hierna: de Regeling) mag, indien door militaire helikopters behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse en bondgenootschappelijke strijdkrachten wordt geoefend in het kader van operaties met niet-vliegende eenheden, op 100 voet worden gevlogen, of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is.

In de Regeling wordt gesteld dat militaire helikopters boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen dan wel boven mensenverzamelingen een hoogte van ten minste 210 meter (700 voet) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 meter van het luchtvaartuig dienen aan te houden en elders ten minste 45 meter (150 voet) boven grond of water.

Lees hieronder de volledige beschikking.