In het kader van een niveau 4 oefening wordt door helikopters van het Defensie Helikopter Commando (DHC) samengewerkt met eenheden van het Commando Landstrijdkrachten. De oefening wordt binnen de daglichtperiode uitgevoerd. Teneinde de oefening mogelijk te maken wordt voor de aan de oefening deelnemende gezag
voerders van het DHC binnen het nader aangewezen oefengebied (tijdelijk laagvlieggebied) ontheffing verleend van de vigerende minimum VER-vlieghoogte. Gelijk de vrijstelling, vervat in artikel 7 van de Regeling minimum VER-vlieghoogten en VER-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters, mag, indien door militaire helikopters, behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse en bondgenootschappelijke strijdkrachten, wordt geoefend in het kader van operaties met niet-vliegende eenheden, op 100 voet of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is, worden gevlogen. Dit betekent dat niet continu laag wordt gevlogen.