De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 11 maart uitspraak gedaan over de ontheffingen die DCMR Milieudienst Rijnmond namens het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft verleend voor het stijgen en landen met een luchtvaartuig vanaf een andere plek in de provincie dan een luchthaven. Het gaat om vijftien ontheffingen voor tijdelijk uitzonderlijk gebruik, zogenoemde tug-ontheffingen, die zijn verleend aan helikopterbedrijven, een ballonvaartbedrijf, een paramotorbedrijf, KLPD en ANWB. Terreinen in de gehele provincie mogen hiervoor worden gebruikt. Voorwaarde is wel dat 24 uur van tevoren de burgemeester van de gemeente waarbinnen het terrein ligt, daarover wordt geïnformeerd.

De burgemeester van Midden-Delfland is tegen de ontheffingen in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij vindt dat het uitgangspunt hoort te zijn dat stijgen en landen op een vliegveld gebeurt. De wet laat volgens hem slechts bij hoge uitzondering toe ergens anders te landen. Door het grote aantal ontheffingen is van een hoge uitzondering geen sprake, aldus de burgemeester.

Verder had in de ontheffingen moeten zijn vastgesteld welke terreinen gebruikt mogen worden voor het stijgen en landen. Datzelfde geldt voor het tijdstip waarop opgestegen en geland mag worden. De burgemeester vindt bovendien dat met de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het wettelijk verplichte overleg met hem hij feitelijk buiten spel wordt gezet. Tenslotte zou met de ontheffingen worden toegestaan dat verschillende terreinen structureel worden gebruikt in strijd met het bestemmingsplan.

De rechtbank in Den Haag verklaarde in januari 2014 het eerdere beroep van de burgemeester tegen de ontheffingen ongegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 4 november 2014 op zitting behandeld en heeft in haar uitspraak van 10 maart jl. bevestigd dat de rechtbank in Den Haag terecht heeft geoordeeld dat het college van gedeputeerde staten de generieke TUG-ontheffingen voor 2013 mocht verlenen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat geen grond bestaat voor het oordeel dat een generieke TUG-ontheffing zich niet met het bepaalde in de Wet luchtvaart en de regeling laat verenigen. Hetgeen de burgemeester heeft aangevoerd biedt daarvoor onvoldoende grondslag. Ook het door de burgemeester aangevoerde argument dat de TUG-ontheffingen zijn verleend in strijd met het in de gemeente Midden-Delfland geldende bestemmingsplan, treft geen doel.

Ronald Schnitker en Pim van Asch behartigden tijdens de zitting de belangen van de luchtsporters.