Het Europees luchtvaartagentschap (EASA) is al enige tijd bezig met het ontwikkelen van meer proportionele regelgeving voor de General Aviation sector. Recent is in het regelgevend comité van de Europese commissie (het EASA-comité) door de lidstaten unaniem ingestemd met een voorstel van de Europese Commissie om de implementatie termijn van de Europese regels voor de brevettering voor het recreatief verkeer met drie jaar te verlengen tot 8 april 2018. In deze periode zal de Europese Commissie samen met EASA bezien welke aanpassingen mogelijk zijn om te voorkomen dat de sector met te zware eisen wordt geconfronteerd.

EASA zal met voorstellen voor een zogenaamde ‘derde weg’ komen.

Verlengde implementatietermijn

De verwachting is dat het EU-parlement en Raad zullen instemmen met de voorgestelde verlengde implementatietermijn. De formele besluitvorming zal pas begin 2015 kunnen worden afgerond.

In het voorstel van het EASA-comité is een aantal verplichtingen meegenomen die 08 april 2015 van kracht worden, deze verplichtingen zijn:

  • De maximum leeftijd voor het uitvoeren van commerciële ballonvaarten is verhoogd van 65 naar 70 jaar.
  • Vliegers uit landen buiten de EU eenvoudiger in de EU vliegen met gebruik van hun eigen licentie.
  • De eisen aan trainingsorganisaties voor PPL en LAPL worden verlicht.
  • De toezicht cyclus kan worden verlengd.

Tijdens de verlengde transitieperiode zal EASA werken aan verdere aanpassingen in de regelgeving op basis van de EU GA-roadmap.

De sector en de lidstaten zullen hier actief bij worden betrokken.

Standpunt Nederland

Op 6 november 2014 heeft de KNVvL samen met de sectorpartijen AOPA en NACA een overleg gehad met het ministerie in verband met het standpunt dat Nederland zal innemen met betrekking tot de voor te stellen wijzigingen en het gebruik van de verlengde overgangstermijn. De KNVvL heeft aangeven dat ze de mogelijkheden van een verlengde transitieperiode graag wil gebruiken.

Op basis van de uitkomsten van de consultatie en de Nederlandse inzet op ‘better regulation’ wordt verwacht dat ook Nederland gebruik zal gaan maken van deze voorgestelde verlengde implementatietermijn. De verlengde overgangstermijn wordt benut om de bestaande situatie zo soepel mogelijk over te laten gaan naar de nieuwe, die in de komende jaren zal worden vormgegeven.

In de transitieperiode worden aspecten die in de EU-regels niet ter discussie staan en wel de veiligheid verhogen, zoals bijvoorbeeld de invoering van veiligheidsmanagement en de examinering, zullen reeds zo veel mogelijk opgenomen worden in dit traject.

Conform de EU-regels zal de mogelijkheid bestaan bij de Inspectie Leefomgeving en Transport conform de nieuwe regels brevetten en erkenning van een opleidingsinstantie aan te vragen. Als een vlieger of een opleidingsinstantie daarvoor kiest krijgt hij vanaf dat moment de bijbehorende rechten, maar zal ook aan de bijbehorende plichten moeten voldoen. Diegenen die wel willen doorgaan met een ATO goedkeuring en de ATO’s die training willen geven in de nieuwe ratings kunnen daar gewoon mee doorgaan.

De inzet van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de sector is dat de komende drie jaar de bestaande situatie, waarbij de KNVvL de opleidingen regelt en de nationale brevetten voor ballonvarenn en zweefvliegen uitgeeft, wordt gecontinueerd.

Kort geleden is Europese commissie begonnen met een consultatieronde over de herziening van de Basisverordening. Het aanpassen van de Basisverordening is een lang proces waarbij Raad en EU parlement sterk worden betrokken.

Aanpassingen van de Basisverordening zijn nodig om de KNVvL een rol te blijven laten vervullen in het kader van brevettering.

Gezien bovenstaande is de uitkomst van dit proces nog onzeker.