Bij een relatief groot aantal fatale vliegongelukken is vermoeidheid van de vliegers één van de oorzaken. Tot op heden trachtten luchtvaartautoriteiten en vliegmaatschappijen dit gevaar vooral binnen de perken te houden door verplichte rustdagen en een maximum aan vliegtijden.

Dat systeem is echter niet waterdicht: het biedt onvoldoende garantie dat bij vliegers vermoeidheid niet zal optreden en de invloed van vermoeidheid verschilt per individu.

De Britse luchtvaartautoriteit, Civil Aviation Authority (CAA), verleende het NLR de opdracht om te onderzoeken of een methodiek kan worden bedacht die vermoeidheid bij individuele vliegers nauwkeurig en betrouwbaar kan meten en voorspellen.

In samenwerking met het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen (NIN) is gekeken welke variabelen geschikt zijn om vermoeidheid te registreren, zoals slaap en stress. Deze werden bijvoorbeeld gemeten aan de hand van een ElectroEncephaloGram (EEG), relatieve contractie van pupillen en aan de hand van het reactievermogen bij bepaalde handelingen. De uitkomsten van deze variabelen werden vergeleken met de vliegprestaties van de vliegers in de simulator. Hiermee werd een relatie gezocht tussen de mate van vermoeidheid van de vliegers aan de ene kant en de vliegprestaties aan de andere kant. Analyse van de reeks aan testen moet leiden tot een gestandaardiseerd pakket aan variabelen die moeheid onomstotelijk vaststellen: de ’fit-to-fly-test’.

Vervolgonderzoek zal de haalbaarheid moeten aantonen en op welke manier deze test in de praktijk valt te implementeren.