De Commissie Medische Zaken van de afdeling Zweefvliegen en de Vliegmedische Adviescommissie voor alle andere luchtsporten zijn samengevoegd tot een nieuwe commissie: KNVvL Medisch. De reden voor deze wijziging ligt deels in het feit dat de belangen elkaar steeds meer gingen overlappen sinds de invoering van de EASA regelgeving en ook omdat veel luchtvaartmedische vraagstukken gelden voor meerdere luchtsporten.

De KNVvL medische verklaringen voor zweefvliegen en ballonvaren zijn vanaf 8 april 2018 niet meer geldig. Na deze datum moeten alle piloten een EU medische verklaring en brevet hebben. De verantwoordelijkheid van deze medische verklaringen berust dan bij ILT, de KNVvL speelt hier geen rol meer in.

Deze keuringen mogen alleen gedaan worden door een AME (luchtvaart - geneeskundige) of Aeromedisch Centrum.

KNVvL Medisch adviseert zweefvliegers en ballonvaarders ruim voor deze datum een EU medische keuring aan te vragen om filevorming bij de keuringscentra op het laatste moment te voorkomen. Een EU medisch certificaat is ook geldig voor het GPL en BPL. Op de website van het KEI staan namen van AME's en AeMC's.

KNVvL Medisch

De ‘nieuwe’ KNVvL Medisch bestaat uit: Rob Dreissen, Ronald van Gastel, Paul Michel de Grood (secretaris), Fer Helmers, Koos de Keizer, Marja Osinga (voorzitter), Christiaan Verhulst, Raymond van der Wal.
Een aantal commissieleden is tevens Aeromedical Examiner (AME).

De commissieleden zijn afkomstig uit de volgende luchtsporttakken: zweefvliegen, motorvliegen, deltavliegen, parachutespringen.

Activeiten

De vliegmedische advisering, in het algemeen of individueel, aan de diverse afdelingen en piloten kan na het samengaan van de commissies uitgebreider en met meer specifieke kennis van de luchtsport plaats vinden. Er zijn goede contacten met collega's in binnen- en buitenland waardoor de commissie ook bijzondere expertise kan leveren.

Leden van de commissie hebben zitting in diverse in- en externe studiegroepen en commissies, zoals de Nederlandse Vereniging voor Luchtvaartgeneeskunde (NVvLG),de Aeromedische Werkgroep van de NVvLG, Commission Internationale Medico-Physiologique van de FAI, Adviescommissie van ILenT, Europe Air Sports. De commissie is nauw betrokken bij de ontwikkeling van EASA medische regelgeving voor de luchtsporten. Ook verzorgen leden van de commissie presentaties over diverse onderwerpen. Via KNVvL-nieuwsbrieven en afdelingsperiodieken worden KNVvL-leden geïnformeerd over relevante onderwerpen.

De commissie komt 2 à 3 x per jaar bij elkaar, daarnaast wordt veel via e-mail en per telefoon gecommuniceerd. De commissie geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het hoofdbestuur en de afdelingen met betrekking tot luchtvaartgeneeskundige onderwerpen en human factors.

Geschiedenis van de Medische Commissie

Begin jaren tachtig was een drietal artsen actief in een pilot study naar de fysiologische omstandigheden tijdens zweefvliegen onder wedstrijdcondities tijdens de Nationale Kampioenschappen. Daarin zaten Dolf Custers, Marja Osinga en Loek Leenen. Zij hebben de uitkomsten gepubliceerd in onder andere Thermiek.

Later is uit dit groepje de Medische Commissie van de afdeling Zweefvliegen ontstaan, in wisselende samenstelling: leden waren: Marja Osinga, Dolf Custers, Loek Leenen, Peter Quispel en Neelco Osinga.

De werkzaamheden bestonden onder andere uit het geven van voorlichting aan sportartsen, het leggen van contacten met de NVvLG, overleg met de Federatie van Sportmedische Adviesbureaus, overleg met de toenmalige Rijksluchtvaartdienst (nu ILenT), het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartgeneeskundig Centrum te Soesterberg (nu Centrum voor Mens en Luchtvaart), advisering over individuele casuïstiek met artsen en met zweefvliegers. Enkele malen per jaar kwam de commissie bijeen.

Ontwikkelingen begin jaren negentig

Door de contacten met de Nederlandse Vereniging voor Luchtvaartgeneeskunde werd duidelijk dat vele (keurings)artsen niet wisten waarop zij moesten letten bij het keuren van zweefvliegers. Sport-relevante zaken werden als steeds belangrijker beschouwd. In twijfelgevallen zochten de keurende artsen contact met leden van de Medische Commissie en zo nodig namen deze leden contact op met 'Soesterberg'. Dit leidde tot een vruchtbare samenwerking tussen die drie partijen.

Bij de keuringen werd als leidraad steeds de vigerende wetgeving aangehouden, dit werd op schrift gesteld door Neelco Osinga in nauwe samenwerking met de hiervoor genoemde partijen.

Mede op basis van ervaringen in Engeland werd in 1993 werd met de verschillende partijen afgesproken dat de zweefvliegkeuringen voortaan volgens een vastgesteld protocol, middels een vragenlijst, zouden worden uitgevoerd. In een aantal gevallen werd dit gevolgd door een fysieke keuring. De vigerende wetgeving bleef gehandhaafd ten aanzien van de keuringseisen. Door veranderde regelgeving is dit plan echter nooit uitgevoerd.

Door invoering van de JAR/FCL in Nederland moesten recreatieve vliegers daarna gekeurd worden volgens de regels van de Rijksluchtvaartdienst. Dit leidde tot veel onverwachte afkeuringen, waardoor er een grote behoefte ontstond aan keuringseisen, speciaal toegespitst op het niveau van het luchtvaartuig en de complexiteit daarvan.

Ontwikkelingen 2005

Door de invoering van 'zelfregulering', door de minister van Verkeer en Waterstaat, werd de KNVvL in staat gesteld de uitgifte van brevetten en medische keuringen zelf te organiseren. Voor de vliegmedische keuringen voor zweefvliegen, ballonvaren en paramotorvliegen werd een Convenant opgesteld met de Federatie Sport Medische Instellingen. Tot op heden is deze nog steeds van kracht. Ook met andere aanbieders van vliegmedische keuringen is op basis van een contract met de KNVvL deze mogelijkheid geopend. Op de website van het KEI staan al deze aanbieders vermeld.

Vanaf 2011

De laatste jaren staan in het teken van een geleidelijke overgang naar het systeem volgens de European Aviation Safety Agency (EASA). Dit houdt voor zweefvliegers en ballonvaarders veel veranderingen in, omdat zij niet meer onder nationale regelgeving vallen. Voor andere luchtsporten is wel een mogelijkheid voor nationale regelgeving op vliegmedisch gebied. KNVvL Medisch, gesteund door het hoofdbestuur van de KNVvL, is hierover in onderhandeling met het ministerie. Hierbij is de wens om te komen tot een medische beoordeling op basis van de complexiteit van het te besturen luchtvaartuig en niet mee te gaan in algemeen te strenge medische eisen die bedoeld zijn voor zwaardere en complexere vliegtuigen.