Op 7 maart 2018 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan inzake het beroep dat de KNVvL, AOPA en Zeeland Airport hebben ingesteld tegen een zestal toegangsbeperkingsbesluiten. Deze heeft de toenmalige staatssecretaris van Economische Zaken (thans: Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) op 11 november 2016 gesteld aan de toegang tot de Natura 2000-gebieden Haringvliet, Oosterschelde, Grevelingen, Hollands Diep, Westerschelde & Saeftinghe en Veerse Meer.

In deze besluiten wordt het overvliegen van genoemde Natura 2000-gebieden voor de burgerluchtvaart, met uitzondering van zweefvliegtuigen en drones, beneden de 300 meter verboden. Alleen in geval van operationele noodzaak mag hiervan afgeweken worden.

Tegen deze besluiten is door de KNVvL bezwaar ingediend. Het bezwaar van de KNVvL is gedeeltelijk gegrond verklaard. Het ministerie heeft daarbij de beperkingen in de toegankelijkheid van de Natura 2000-gebieden gewijzigd. Niet tevreden met dit resultaat heeft de KNVvL tegen besluit II beroep ingesteld bij de Rechtbank Midden-Nederland, die de behandeling van deze zaak heeft doorverwezen naar de Rechtbank Den Haag. Deze rechtbank heeft het beroep behandeld op de zitting van 8 februari 2018.

De zaak spitste zich met name toe op de vraag of en in hoeverre de minister van LNV bevoegd is om zelfstandig beperkende maatregelen in het luchtruim in te stellen. De KNVvL en AOPA hebben betoogd dat het ministerie van LNV niet bevoegd is beperkingen op te leggen aan het gebruik van het Nederlandse luchtruim. Ingevolge artikel 5.10 van de Wet Luchtvaart is de minister van Infrastructuur en Waterstaat bevoegd het uitoefenen van het burgerluchtverkeer tijdelijk of blijvend te beperken om redenen van openbare orde en veiligheid of andere dringende redenen. Ook kan hij regels stellen met betrekking tot het uitoefenen van het burgerluchtverkeer boven gebieden die zijn aangewezen in een provinciale milieuverordening. Het was daarom niet aan LNV maar aan de minister van IenW om gebruik te maken van deze bevoegdheden. Volgens de KNVvL en AOPA is het bestreden besluit II dan ook in strijd met de Wet Luchtvaart. Dat de toegangsbeperkingsbesluiten overeenkomstig artikel 20, tweede lid, van de Nbw, in overeenstemming met de minister van (toen) IenM zijn genomen, kan volgens KNVvL en AOPA niet afdoen aan het ontbreken van de bevoegdheid.

De rechtbank is echter van oordeel dat uit de genoemde bepaling uit de Wet Luchtvaart niet volgt dat de minister van IenW exclusief bevoegd is beperkingen aan het gebruik van het luchtruim te stellen. De Wet Luchtvaart beoogt blijkens de considerans regels te stellen ter bescherming van de openbare veiligheid bij het gebruik van het luchtruim en de bevordering van de veilige, ordelijke en vlotte afwikkeling van het luchtverkeer. De minister van IenW kan ingevolge artikel 5.10 van deze wet het gebruik van het luchtruim beperken om redenen van openbare orde en veiligheid en andere dringende redenen, waarbij het uitoefenen van de luchtvaart en omstandigheden of gebeurtenissen op het aardoppervlak elkaar kunnen beïnvloeden. De toegangsbeperkingen zijn evenwel gesteld met het een geheel ander doel, te weten de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden te behalen. Van doorkruising van de bevoegdheid op grond van de Wet Luchtvaart is niet gebleken. Gelet op het voorgaande is verweerder naar het oordeel van de rechtbank bevoegd om - indien dat gelet op de instandhoudingsdoelstellingen nodig is - beperkingen te stellen aan het gebruik van het luchtruim boven de Natura 2000-gebieden.

Op het punt van bevoegdhedenattributie zijn de KNVvL en AOPA dus in het ongelijk gesteld. Dat is ook het geval ten aanzien van de noodzaak om de beperkingen in te stellen, het niet uitzonderen van luchtsporten zoals zeilvliegen en schermvliegen en de te voorziene problemen bij de naleving van de beperkingen nu deze niet kunnen worden gekend door met name buitenslandse vliegers wegens het ontbreken van informatie over deze beperkingen op luchtvaartkaart en in AIP.

De KNVvL gaat de uitspraak van de rechtbank Den Haag in de Natura 2000-zaak bestuderen en zal afhankelijk van de eindconclusie bepalen of wij tegen de uitspraak in beroep gaan.

Lees ook Beroepsprocedure besluiten Natura 2000-gebieden in Zeeland.