EASA heeft besloten dat alle aangesloten lidstaten een zogenaamd State Safety Program (SSP) moeten inrichten. Een programma om de veiligheid te bewaken en verder te verbeteren. Als aangesloten land is Nederland ook begonnen met het implementeren hiervan.

Is dit wel nodig? Is de huidige veiligheid soms twijfelachtig?

Acceptable Level of Safety

Dat zijn hele eenvoudige vragen die toch maar moeilijk te beantwoorden zijn. Waarom? Omdat veiligheid geen absoluut begrip is. De eerste alinea van het SSP beschrijft ALoS. Oftewel Acceptable Level of Safety, aanvaardbaar veiligheidsniveau. En daar zit nu precies de uitdaging. Wat is aanvaardbaar? Naast vliegen fiets ik zelf graag een rondje op de racefiets. De afgelopen drie jaar heb ik driemaal een behoorlijke valpartij gehad met letsel. Waarbij ik eenmaal in het ziekenhuis belandde. Toch stap ik gewoon weer op de fiets. Kennelijk vind ik het veiligheidsniveau op de fiets nog aanvaardbaar.

Afgelopen jaar waren er 185 overleden fietsers in Nederland. Dat is om de dag een dodelijk slachtoffer. Kennelijk vindt de Nederlandse bevolking dit nog acceptabel. Een helmverplichting, of zelfs het vrijwillig gebruik van een helm bij het normale fietsen, zit er nog niet in.

Zou ik het voor mezelf aanvaardbaar vinden dat ik in drie jaar tijd drie ongevallen met lichamelijk letsel tijdens het vliegen gehad zou hebben? Zeker niet!

Wat is aanvaardbaar?

Nou komt de moeilijke vraag. Wat is dan wel aanvaardbaar? Daar heeft iedereen zijn eigen ideeën over. Nederland volgt EASA. Tot voor kort was veiligheid in de luchtvaart vrijwel absoluut. Viel je binnen de EASA regelgeving, dan maakte het niet veel uit of je nou met een Cessna of een Airbus vloog, of zelfs met een zweefvliegtuig. EASA heeft nu ingezien dat daar de veiligheid uiteindelijk niet bij gebaat is. Aanvaardbaar voor een passagier in openbaar (commercieel) transport is van een heel ander niveau dan aanvaardbaar voor iemand die bezig is met het uitoefenen van zijn of haar sport/hobby. Dit geeft de mogelijkheid als sector het aanvaardbare niveau zelf te zekeren en daar verstandig mee om te gaan. Een belangrijk agendapunt voor de KNVvL, maar ook een lastig agendapunt. Hier geldt namelijk ook dat iedereen meestal vindt dat wat hij/zij zelf doet aanvaardbaar is. Maar wat vinden we nu met z’n allen aanvaardbaar? En wat vinden onze omgeving en beleidsmakers aanvaardbaar?

Vechten voor airshows

Wat gebeurd er eigenlijk als we onze veiligheid niet zelf regelen? Het antwoord is eenvoudig, dan wordt het voor ons geregeld. De praktijk laat echter zien dat je dan oplossingen krijgt die contraproductief zijn. Veel papierwerk en weinig toegevoegde waarde. We hebben gelukkig goede gesprekken met DGB (bij het ministerie) ten einde de juiste invulling zelf te kunnen geven. Het probleem met wet- en regelgeving is dat het vaak niet 100% eenduidig is. Woorden als ‘kan’, ‘mogelijk’ en ‘aanbeveling’ leiden in overleg met de Inspectie vaak tot ‘kan, maar doen we niet’, ‘mogelijk maar niet hier’ en ‘aanbeveling zien wij als verplichting’. Het heeft er ook mee te maken dat menig inspecteur niet zelf vliegt. Dan wordt bewust door de Inspectie gekozen puur naar de letter van de wet te kijken en alle risico’s uit te sluiten.

Op deze manier hebben we hard moeten vechten om bijvoorbeeld de airshows op Bevrijdingsdag bij Oosterbeek en afgelopen weekend ‘Volkel in de Wolken’ mogelijk te kunnen maken. Shows die al jaren plaatsvinden maar nu ineens geen vergunning meer kregen. Dit zijn natuurlijk frustrerende gesprekken waarbij er een totaal ander inzicht in aanvaardbaar veiligheidsniveau is tussen de gesprekspartners. Wel wil ik nog duidelijk stellen dat dit niet voor de hele Inspectie geldt. Velen denken met ons mee in oplossingen en we hebben regelmatig gesprekken met als doel de communicatie en het vertrouwen te verbeteren.

Leren

De status quo is echter dat bij de Nederlandse bevolking het veiligheidsgevoel bij de kleine luchtvaart niet hoog is. Dit komt mede doordat in de media, zelfs als er niets aan de hand is, een sappig verhaal gepubliceerd wordt. Daar lachen we meestal smakelijk om, maar we zouden ervan moeten leren. Leren dat het algemene beeld van de kleine luchtvaart kennelijk niet goed is, dat de media daar graag aan meewerkt en onze werkelijkheid niet altijd zo gezien wordt.

Vliegen heeft een aanvaardbaar veiligheidsniveau! Nu is het aan ons dat te laten zien!

Ronald Termaat,

Directeur KNVvL

Naar aanleiding van bovenstaand bericht van Ronald Termaat is een reactie binnen gekomen van Gert Langezaal. Deze inbreng willen we je niet onthouden.