In de KNVvL-nieuwsbrief van 24 maart werd vermeld dat de KNVvL een akkoord heeft bereikt betreffende het melden van incidenten (namens de luchtsporters) bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Maar wat betekent dit precies voor de KNVvL; haar leden en afdelingen?

Met ingang van de Europese verordening inzake het melden van luchtvaartvoorvallen (Nr. 376/2014) op 15 november 2015 is onder meer de gezagvoerder (Pilot in Command) van een luchtballon, zweefvliegtuig en (niet-complex) gemotoriseerd luchtvaartuig verplicht de lichtere voorvallen, ook wel incidenten genoemd, te melden bij de relevante instantie.

In Nederland moeten deze incidenten gemeld worden aan het Analysebureau Luchtvaartvoorvallen (ABL) van ILT. Vóór 15 november 2015 waren de gezagvoerders van deze luchtvaartuigen al verplicht ernstige-incidenten en ongevallen te melden bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid (Eu verordening Nr. 996/2010) .

De verantwoordelijkheid voor het melden van voorvallen (incidenten, ernstige-incidenten en ongevallen) ligt bij de gezagvoerder van het luchtvaartuig. De KNVvL heeft een akkoord bereikt met ILT over het melden van incidenten. Dit betekent dat KNVvL-leden in plaats van het direct melden van incidenten bij ILT, deze meldingen kunnen doen bij de afdelingen van de KNVvL. Dit is een groot voordeel, omdat incidenten die worden gemeld bij de KNVvL worden beheerd door de afdelingen. De veiligheidscommissies sturen - voor zover de verordening vereist – de meldingen door naar ILT. Deze procedure voorkomt dubbele meldingen en het beheer en analyse hiervan blijft binnen de (afdelingen van de) KNVvL. Indien een KNVvL afdeling er niet voor kiest het melden van incidenten via hun afdelingen te faciliteren, dan is het gevolg dat de leden van deze afdeling individueel incidenten moeten melden bij ILT.

De voorwaarden van het akkoord dat de KNVvL heeft bereikt met ILT moeten nog nader worden vastgesteld. De KNVvL doet haar best om de bestaande werkwijze van de afdelingen zo min mogelijk te veranderen, met dien verstande dat de meldingscriteria genoemd in de verordening (nr. 376/2014) bepalend zijn.

Lees het bericht van 24 maart.