Regen, mist en kleine zandstormen vormen sinds kort geen show stopper meer voor de vliegcrew van de C-130 Hercules. Tegenwoordig zet de bemanning ook bij slecht weer het toestel aan de grond op zandstroken, grasvelden of oude voormalige vliegveldjes. Hiervoor ontwikkelden een tweetal innovatieve luchtmachters samen met een landmachter een tijdelijke naderingsprocedure. De kosten? Een paar extra manuren.

Dat de oplossing zo dichtbij lag, is misschien best opmerkelijk. Zonder dure ontwikkelkosten en het creëren van extra bureaus of functies lossen drie heren relatief eenvoudig een groot operationeel probleem op.

“Een Hercules die niet kan landen, vertraagt de operatie enorm”, weet initiatiefnemer landmachtmajoor Igor de Fretes, Ground Liason Officer van het 336 Squadron. “Je missiepartners raken gefrustreerd: hun materieel of mankracht komt later dan gepland of een eenheid wordt niet op dat kritische moment opgepikt uit een gevaarlijk gebied.”

Lijstje

Als pathfinder ondervond De Fretes zelf hoe vervelend dit is. “Kunnen we hier nou niet iets op bedenken?”, vroeg hij zich af en stapte op Hercules-vlieger kapitein Darryl af om samen te zoeken naar een oplossing. “Hij heeft net zo’n innovatieve mindset als ik én kent de vliegtechnische kant van het probleem.” De twee beginnen simpel en maken een lijstje met wat er op een normaal werkend vliegveld voor handen is voor het geval je een ‘slecht-weer-landing’ moet maken: een luchtverkeersleider, gecertificeerde naderingsprocedures, navigatiebakens en diverse markeringen en lampen op de baan. Allemaal zaken die een tijdelijke landingszone in een afgelegen gebied niet heeft. De Fretes: “We hebben wel onze pathfinders met mobiele lampen en markeringen.” “Maar een navigatiebaken op de grond en een bestaande naderingsprocedure waarop we kunnen vertrouwen, ontbreken”, vult Darryl aan. “En dat laatste is essentieel. Pathfinders kunnen het landingsgebied en de obstakels in kaart brengen, maar geen naderingsprocedure ontwerpen. Die begint namelijk al ver voor aankomst op de landingszone.”


Lees verder op magazines.defensie.nl.