Gemotoriseerd vliegen Een Nederlandse PPL-vlieger heeft zijn de conversieopleiding tot vlieginstructeur met de bevoegdheid FI gevolgd en het FI examen in december 2014 met succes afgelegd. De vlieger ving zijn opleiding tot vlieginstructeur aan in 2005 toen het wettelijk regiem van JAR-FCL nog van toepassing was. Ondertussen was in 2011 Verordening (EU) 1178/2011 van kracht geworden die nieuwe eisen stelde aan brevetten. Een en ander betekende dat nationale brevetten moesten worden omgezet naar Europese EASA-FCL brevetten. Hoe dat werkt wordt uitgelegd in een conversieverslag, die ieder afzonderlijk land, en dus ook Nederland, heeft vastgesteld.

Wie nog onder het oude regiem zijn opleiding tot vlieginstructeur en wel de bevoegdheid FI was aangevangen en ook voldeed aan alle toen geldende eisen, kon een RFI(A) of een FI(A) verkrijgen. Wie na 2014 zijn opleiding was aangevangen moet voldoen aan de eisen van Bijlage II van EU Verordening 1178/2011, zo stelt het derde lid van artikel 4 van de verordening: je voldoet aan de eisen van Bijlage II óf je voldoet aan alle elementen van het conversieverslag.

De vlieger, die in alle opzichten voldeed aan de eisen om een volledige bevoegdheid FI te verkrijgen, ontving echter van KIWA een brevet met de restrictie ‘LAPL Only’. Daar was de vlieger het niet mee eens, hij tekende bezwaar aan en verzocht om verwijdering van de restrictie verwijzende naar de bepaling in het conversieverslag waarin staat dat iemand die een volledige opleiding heeft afgerond en bovendien kan aantonen dat hij ‘CPL theoretical knowledge examinations’ met succes heeft afgelegd, mag verlangen dat ‘LAPL Only’ restrictie wordt verwijderd.

KIWA weigerde dit en stelde dat de vlieger zodoende meer bevoegdheden wil verkrijgen dan hem toekomt. Als de vlieger alsnog in aanmerking wilde komen voor de volledige bevoegdheid FI dan zou hij alsnog moeten voldoen aan de eisen van Bijlage II van Verordening 1178/2011, waaronder FLC.310 en FCL.315. De vlieger die van mening was dat KIWA zich niet hield aan de conversieverslag, ging in beroep bij de rechtbank Midden-Nederland (Utrecht) en met succes.

De rechtbank, die het beroep van de vlieger op 31 maart 2016 ter zitting heeft behandeld, komt tot het oordeel dat eiser heeft voldaan aan de eis zoals deze volgt uit het conversieverslag. Niet in geschil is dat eiser een FI opleiding heeft gevolgd en dat hij
destijds een CPL toelatingsexamen heeft moeten afleggen om aan deze opleiding te mogen beginnen. Omdat eiser deze opleiding met een RFI examen heeft afgesloten en deze nationale bevoegdheden na het van kracht worden van de Verordening (EU) 1178/2011 moesten worden omgezet in Europese bevoegdheden, heeft eiser de conversieopleiding tot vlieginstructeur met de bevoegdheid FI gevolgd en het FI examen met succes afgelegd.

Ter zitting heeft verweerder (de staatssecretaris van I&M werd vertegenwoordigd door KIWA) verklaard dat degenen die destijds de FI opleiding hebben gevolgd, met het CPL toelatingsexamen, en toen een FI examen hebben behaald, thans wel een volledige bevoegdheid hebben en derhalve geen beperking. Degenen die deze volledige bevoegdheid hebben behouden, hebben hetzelfde toelatingsexamen voor de opleiding FI(A) afgelegd als eiser en beschikken derhalve over dezelfde CPL kennis, hetgeen door verweerder niet is betwist. Ter zitting is door verweerder ook verklaard dat voor diegenen FLC.310 en FCL.315 niet geldt. Nu de kennis van eiser niet verschilt van een ander die wel een volledige bevoegdheid heeft behouden, kan de rechtbank verweerder niet volgen in zijn uitleg dat de CPL kennis van eiser niet voldoende zou zijn.
Nu verweerder dit ook ter zitting niet nader heeft kunnen motiveren, is de rechtbank van oordeel dat eiser, met de overgelegde stukken, voldoende heeft aangetoond dat hij over CPL kennisniveau beschikt en daarmee voldoet aan de in het conversieverslag neergelegde voorwaarde voor verwijdering van de beperking.

Het beroep van de vlieger wordt gegrond te verklaard. De rechtbank draagt KIWA op dat aan eiser een bevoegdheid FI(A) zonder restrictie LAPL wordt verstrekt. De restrictie is inmiddels van zijn FI bevoegdheid verwijderd.

Rechtbank Midden-Nederland, uitspraak van 17 juni 2016, zaaknummer: UTR 15/6250).