Inleiding
De Inspectie Verkeer&Waterstaat is verantwoordelijk voor het uitgeven van bevoegdheden zoals die in de wet zijn vastgelegd. Volgens de Wet Luchtvaart artikel 2.1 is het verboden een mobiel station in de luchtvaartmobiele band, waarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 3.3 van de Telecommunicatiewet, te bedienen zonder het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid of geldige bewijs van gelijkstelling. Men zou dan ook verwachten dat IV&W deze taak loyaal en met enige klantvriendelijkheid zou uitvoeren. Niets is minder waar. Bij de beroepsbrevetten en het PPL maakt de RT een integraal onderdeel uit van het bewijs van bevoegdheid en behoeft niet met een apart bewijs van bevoegdheid te worden aangetoond.
Bij het RPL kan een aantekening op het brevet de bevoegdheid bevestigen.
Bij het afschaffen van het document “Bewijs van Bevoegdheid Radiotelefonie” is men vergeten dat er ook RT-houders zijn die niet langer onder een brevetverplichting vallen, zoals o.a. zweefvliegers.
Reeds lang ligt bij de overheid het verzoek om de KNVvL aan te wijzen als gemachtigde instantie tot het bijschrijven van deze bevoegdheid in de KNVvL-brevetten. Tot op heden is het antwoord daarop uitgebleven.
De KNVvL heeft de overheid laten weten dat zij, vooruitlopend op een eventuele goedkeuring van de mandatering, de aangetoonde bevoegdheid vermeld op het GPL, het BPL en PGL.
Beschouwing
Vliegers zonder Rijksbrevet dienen bij het behalen van de RT bij de inspectie een ontheffing aan te vragen van de verplichting uit artikel 2.1 van de Wet Luchtvaart. Overbodig te vermelden dat het nogal vreemd overkomt dat de overheid iets oplegt dat niet uitvoerbaar is. Men verplicht tot het aanvragen van een bewijs dat niet geleverd kan worden. Vervolgens dient daarvoor ontheffing aangevraagd te worden. De overheid stelt een kennelijk onredelijke eis en verplicht de burger het initiatief te nemen om van deze verplichting ontheven te worden.
Een bijkomend aspect is dat in een enkel geval er vier maanden verstrijken voordat een dergelijke ontheffing wordt verleend. Formeel ontvangt de vlieger een ontheffing, maar feitelijk ontheft de overheid zichzelf van de verplichting een bewijs van bevoegdheid te verstrekken. Daarnaast weigert de overheid om in te gaan op vanuit de sector gedane suggesties en voorstellen om een oplossing te creëren voor deze vreemde situatie.
De situatie wordt steeds onbegrijpelijker nu de overheid met de sector in overleg is getreden om de RT in een nader te kiezen vorm verplicht te stellen voor alle luchtvarenden.
Procedure
Na een verzoek om ontheffing voor het uitoefenen van de RT zonder bewijs van bevoegdheid wordt de aanvrager op de hoogte gesteld van een besluit tot ontheffing. In de motivering van het besluit wordt uitgelegd op grond waarvan dit besluit is genomen. Vervolgens ontvangt de aanvrager het volgende:
Besluit.
Ik wijs uw verzoek toe.
Motivering van het besluit
Op (datum examen) bent u geslaagd voor het theorie-examen Radiotelefonie en op (datum examen) hebt u de praktijkopleiding afgerond voor de bevoegdverklaring Radiotelefonie VFR. Om de bevoegdverklaring Radiotelefonie te mogen uitoefenen, moet u ingevolge artikel 2.1 van de Wet Luchtvaart in het bezit zijn van een bewijs van bevoegdheid. (zie bijlage 1)
Als houder van een zweefvliegbewijs bent u geen houder van een bewijs van bevoegdheid in de zin van de Wet luchtvaart en is het u verboden de bevoegdverklaring Radiotelefonie uit te oefenen. Artikel 2.1.4 geeft mij evenwel de mogelijkheid om van het bepaalde af te wijken wanneer de regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en wanneer met het verlenen van de ontheffing de veiligheid van het luchtverkeer niet in gevaar wordt gebracht.
In het licht van dit artikel stel ik vast dat u aan alle voorwaarden hebt voldaan die recht geven op de bijschrijving van de bevoegdverklaring Radiotelefonie in een bewijs van bevoegdheid. Het feit dat u in de zin van de Wet luchtvaart geen bewijs van bevoegdheid hebt doet daar niets aan af.
Met het verlenen van deze ontheffing wordt de veiligheid van het luchtverkeer niet in gevaar gebracht eerder zal het op de juiste wijze toepassen van de bevoegdverklaring Radiotelefonie de veiligheid van het luchtverkeer bevorderen.
Mocht u naar aanleiding van deze brief nog vragen hebben dan kunt u met de in het briefhoofd vermelde medewerker van de Inspectie Verkeer en Waterstaat contact opnemen.
Hoogachtend,
DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
namens deze,
plv. afdelingshoofd van de unit persoonsdocumenten Personenvervoer en Luchtvaart,
Conclusie
Het is te gek voor woorden dat een ambtenaar die zich namens de minister in zoveel bochten moet wringen om het onvervreemdbare recht van iemand die conform de gestelde eisen geslaagd is voor een bevoegdheid, zijn recht op het bewijs daarvan te doen verkrijgen via een beoordeling van de aanvraag moet honoreren met het ontheffen van een wettelijke bepaling.
Het is des te schrijnender vanwege het feit dat veelal de RT-cursus en het examen onder de verantwoordelijkheid van de KNVvL of een van haar organen plaatsvindt.
Het lijkt een goede zaak deze kwestie in het overleg aan de orde te stellen.
Bijlage 1
Wet luchtvaart
Artikel 2.1
1. Het is verboden een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen of een grondstation of een mobiel station in de luchtvaartmobiele band, waarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 3.3 van de Telecommunicatiewet, te bedienen zonder het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid of geldige bewijs van gelijkstelling.
2. Voor het bedienen van een Nederlands burgerluchtvaartuig, het verlenen van luchtverkeersdiensten of het bedienen van een grondstation of een mobiel station als bedoeld in het eerste lid is het bezit vereist van hetzij:
a. een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling,
b. een bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling, afgegeven door de bevoegde autoriteit van een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat op grond van artikel 2.8 aangewezen staat of door een door hem aangewezen internationale organisatie. Betrokkene dient in geval van toepassing van onderdeel a tevens in het bezit te zijn van een geldige medische verklaring, bedoeld in artikel 2.4, afgegeven door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat dan wel door de bevoegde autoriteit van een door hem aangewezen staat, hetzij
c. een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere werkzaamheden aan boord van een burgerluchtvaartuig worden aangewezen, die niet mogen worden verricht zonder een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat afgegeven bewijs van bevoegdheid, bewijs van gelijkstelling of een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties.
4. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens dit artikel, wanneer door bijzondere omstandigheden die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar wordt gebracht. Aan de ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
5. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat trekt de door hem verleende ontheffing in, wanneer
a. de redenen, waarom de ontheffing is verleend, zijn komen te vervallen;
b. de houder van de ontheffing de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen niet naleeft.