Anders dan door de Telegraaf vermeld stelt de KNVvL dat sportvliegers ervaren piloten zijn met adequate kennis. Het dagblad komt tot haar foutieve conclusie door onvolledig onderzoek en onjuiste weergave van citaten. Naar aanleiding van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft de Telegraaf rondvraag gedaan bij LVNL, IVW en VNV. De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart betreurt dat zij als belangenbehartiger van de kleine luchtvaart niet geconsulteerd is, terwijl juist haar leden door de tendentieuze kop van de Telegraaf in diskrediet gebracht worden. Bij navraag blijken vervolgens ook citaten van LVNL onjuist weergegeven te zijn in het artikel.
Sportvliegers zijn kundige piloten
De KNVvL en LVNL kunnen zich dan ook niet vinden in de uitspraken dat de volledige onkunde van piloten van sportvliegtuigen een belangrijke reden is voor de gesignaleerde luchtruimincidenten. Hoewel deze uitspraak door de Telegraaf wordt toegeschreven aan LVNL geeft zij aan geenszins dergelijke uitlatingen gedaan te hebben. De opmerkingen stroken daarnaast ook niet met het onderzoeksrapport. Zo wordt in het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid gemeld dat de bemanning van de PH-BZN een “ervaren bemanning” betrof, “waarvan één bestuurder een bewijs van bevoegdheid als beroepsvlieger heeft met onder andere de aantekening instructeur.”
De KNVvL neemt daarom in de sterkste bewoordingen afstand van het door de Telegraaf geschetste beeld dat sportvliegtuigen een gevaar in de lucht zijn en de politiek de overheid tot ingrijpen moet dwingen. De KNVvL hoopt ook in 2012 door nauw contact met LVNL zowel de vliegveiligheid te garanderen als het luchtruim open te houden voor iedereen die haar sportief wil gebruiken.